De Kanaaleilanden zijn een groep eilanden in het Kanaal vlak voor de Franse (Normandische)
kust en behoren tot het Britse Gemenebest. De totale oppervlakte bedraagt 195
km² en het inwonertal is ongeveer 150.000.
Het zijn:
Jersey
Guernsey
Alderney
Sark
Jethou
Herm
Brecqhou
Lihou
Een aantal kleine eilanden zijn privébezit.

De eilanden behoren niet tot het Verenigd Koninkrijk, maar zijn (net als het
eiland Man) autonome bezittingen van de Britse Kroon. Ze zijn zelfstandige leden
van het Britse Gemenebest en geassocieerd lid van de Europese Unie.
Bestuurlijk vallen ze uiteen in twee baljuwschappen: Jersey (Bailiwick of
Jersey), het grootste eiland, en Guernsey (Bailiwick of Guernsey), dat alle
andere eilanden omvat.
Historisch zijn ze het laatste overblijfsel van het hertogdom Normandië, waarvan
de Britse Kroon de gebieden op het vasteland al eeuwen geleden aan Frankrijk
verloor. De Koningin van Engeland is er staatshoofd in haar hoedanigheid van
Hertogin van Normandië.
Vanwege het gunstige belastingklimaat zijn met name Jersey en Guernsey een
'toevluchtsoord' voor rijke mensen en vestigingsplaats van bedrijven geworden.
Geschiedenis
De kanaaleilanden zijn de laatste overblijfselen van het middeleeuwse hertogdom
Normandië dat grond bezat in zowel Frankrijk als Engeland. De kanaaleilanden
bleven tot 933 politiek verbonden aan Bretagne toen Willem I, hertog van
Normandië, het Cotentin schiereiland en de eilanden aan zijn gebied toevoegde.
In 1066 versloeg hertog Willem de Veroveraar van Normandië de Engelse koning
Harold tijdens de Slag bij Hastings en werd koning Willem I van Engeland.
Hij bleef echter zijn Franse bezittingen besturen als onafhankelijke entiteit.
De eilanden bleven onderdeel van het graafschap van Normandië tot 1204 toen
koning Filips August van Frankrijk het graafschap veroverde op koning Jan zonder
Land van Engeland. De eilanden bleven echter persoonlijk eigendom van de Engelse
koning en werden omschreven als bijzonder bezit van de kroon.
Vanaf 1204 veranderden de eilanden van een vredig oord in een brandpunt van de
strijd tussen Engeland en Frankrijk. Het fort Mont Orgueil werd rond die tijd
gebouwd om dienst te doen als militaire basis.
Tijdens de Honderdjarige Oorlog werd de eilandengroep meerdere keren aangevallen
en rond 1380 werd het zelfs enkele jaren bezet door de Fransen.
Vanwege het economische belang voor de Engelse Kroon slaagden de eilanders er in
speciale privileges voor zichzelf te bedingen.
Gedurende de Rozenoorlog werd het eiland van 1461 tot 1468 bezet door Frankrijk
voordat Sir Richard Harliston het terugbracht onder de Engelse koning.
De kanaaleilanden waren het enige Britse grondgebied dat tijdens de Tweede
Wereldoorlog door Duitse troepen werd bezet.

Tot voor kort overheerste op de Kanaaleilanden nog het Frans (en het
Normandische dialect daarvan). In de 20e eeuw werd dit echter meer en meer door
het Engels verdrongen.
De Franse schrijver Victor Hugo (die in ballingschap op de Kanaaleilanden
gewoond heeft: 1852 - 1855 op Jersey en 1855 - 1870 op Guernsey) schreef de
volgende lofzang over de Kanaaleilanden: "Le pays est beau, le peuple est bon,
l'histoire est fière. Le côté sauvage est majestueux".

Jersey (eiland)
Het eiland Jersey ligt op 22 kilometer afstand voor de Franse kust van Bretagne
in de baai van Mont Saint Michel. Het is het grootste van de Kanaaleilanden. Er
wonen 88.915 mensen (schatting juli 2000), waarvan 30% in de hoofdstad Saint
Helier.
Samen met de onbewoonde eilanden Minquiers en Ecréhous vormt Jersey het autonome
baljuwschap (Engels: bailiwick) Jersey. Samen met het baljuwschap Guernsey vormt
dit baljuwschap de Kanaaleilanden.
Geografie
Oppervlakte: 116 km²
Lengte van de kustlijn: 70 km
Territoriale wateren: 3 zeemijlen
Visserijzone: 12 zeemijlen
Klimaat: gematigd; milde winters en koele zomers
Type landschap: golvende vlakte met ruige kliffen aan de noordkust
Hoogste punt: 143 meter boven zeeniveau (Les Platons)
Totale lengte wegennet: 577 km (1995)
Havenplaatsen: Gorey, Saint Aubin, Saint Helier
Bestuur
10 pond biljet van JerseyStaatshoofd: koningin Elizabeth II (sinds 6 februari
1952)
Regeringsleider: Luitenant-Gouverneur en Algemeen Commandeur Sir John Cheshire
en Baljuw (Engels: Bailiff) Philip Martin Bailhache (sinds 1995)
Verkiesbaren: geen; het koningschap is erfelijk en Luitenant Gouverneur Baljuw
worden door de kroon benoemd.
Het eiland Jersey is opgedeeld in twaalf gemeenten:
Grouville
Saint Brelade
Saint Clement
Saint Helier
Saint Lawrence
Saint John
Saint Martin
Saint Mary
Saint Ouen
Saint Peter
Saint Saviour
Trinity
Een aantrekkelijk rustig strandje aan de voet van Mont Orgueil, waarvan de
kantelen op de voorgrond te zien zijn
[bewerk] Economie
Vlag van JerseyVanouds was het eiland afhankelijk van met name de visvangst.
Vissers van Jersey gingen vissen bij IJsland en verkochten de vis (in die tijd
waarschijnlijk in gezouten vorm) in vele andere landen, en kwamen met de
handelsproducten weer terug naar huis.
Tegenwoordig is de economie van Jersey voornamelijk gebaseerd op internationale
financiële diensten. Dit komt door het gunstige belastingklimaat. Het eiland
kent bijvoorbeeld geen BTW. De tarieven voor de inkomstenbelasting zijn lager
dan algemeen op het Europese vasteland. Ook is de belastingvrije voet gunstiger,
evenals het erfrecht.

Het toerisme is hierna de belangrijkste bron van inkomsten.
In 1996 was de financiële sector verantwoordelijk voor 60% van de inkomsten en
toerisme voor 24%.
Daarnaast is de landbouw vanouds een bron van inkomsten. Aardappelen, bloemkool,
tomaten en vooral bloemen zijn de voornaamste exportproducten die voornamelijk
naar de UK gaan. De Jersey melkkoe is wereldwijd bekend en is een belangrijke
inkomstenbron. Melkproducten gaan naar UK en andere Europese landen.
De laatste jaren is de regering actief bezig om lichte industrie naar het eiland
te halen met als resultaat dat de elektronische industrie zich heeft ontwikkeld
naast de traditionele fabricage van breiwerk.
Alle grondstoffen en benodigde energie worden geïmporteerd evenals een groot
deel van de voedselbehoefte.

Geschiedenis
Jersey is al ongeveer 8000 jaar een eiland en het meet 16 km van oost naar west
en 10 km van noord naar zuid. Voor die tijd was de zeespiegel door de ijstijd
veel lager en lag het eiland vast aan wat momenteel Frankrijk is.
Het oudste bewijs van menselijke activiteit dateert van ongeveer 250.000 jaar
geleden toen groepen jagers de grotten bij La Cotte de St. Brelade als
uitvalsbasis voor de mammoetjacht gebruikten. Er is sporadisch bewijs gevonden
van nomadische jagersgroepen voordat de eerste vaste woonplaatsen opgericht
werden in de neolithische periode. Van die laatste zijn bewijzen gevonden door
de bouw van rituele begraafplaatsen in de vorm van hunebedden (Engels: dolmens),
kistgraven en ganggraven. Voorbeeld hiervan zijn La Hougue Bie en de Dolmen du
Faldouet. Er is archeologisch bewijs gevonden voor handel met Bretagne in het
zuiden en de zuidkust van Engeland.
Jersey maakte deel uit van het Romeinse, maar er zijn geheel geen Romeinse
resten te zien.
Over de middeleeuwen is zo mogelijk nog minder bekend. Er zijn vrijwel geen
geschreven bronnen over deze periode voor de 11e eeuw. Diverse Keltische
heiligen, waaronder Samson en Branwaldr, waren in het gebied actief en Karel de
Grote zond afgezanten naar het eiland dat toen (in 803) Angia genoemd werd.
Het eiland kreeg de naam Jersey als gevolg van de activiteiten van de Vikingen
in het gebied rond de 9e en 10e eeuw.
In de 16e eeuw namen de eilanders het protestantse geloof aan en werd het leven
erg sober. Door het toenemende gebruik van buskruit op het slagveld moesten de
fortificaties op het eiland worden aangepast en werd er een nieuw fort gebouwd
om de baai van St. Aubin te verdedigen. Dit fort werd door de toenmalige
gouverneur Sir Walter Raleigh genoemd naar de koningin, Elizabeth Castle. Een
ouder fort is Mont Orgueil.
De lokale militie werd gereorganiseerd op kerspel-basis (Engels: parish) en
ieder kerspel kreeg twee kanonnen die meestal in de kerk werden ondergebracht.
Een van de kanonnen van St. Peter kan tegenwoordig worden bekeken onder aan
Beaumont Hill.
De productie van breiwerk nam zodanige vormen aan dat het een bedreiging ging
vormen voor de eigen voedselproductie. Dus werden er wetten in het leven
geroepen waarmee werd bepaald wie mocht breien met wie en wanneer.
Rond deze tijd, de 16e eeuw dus, raakten de eilanders betrokken bij de visserij
rond Newfoundland. De boten vertrokken van het eiland in februari of maart na
een dienst in de kerk van St. Brelade en keerden pas terug in september of
oktober.
Halverwege de 17e eeuw werd Engeland geteisterd door een burgeroorlog. Ook
Jersey was hierdoor verdeeld; terwijl de sympathie van de bevolking bij het
parlement lag zorgden de de Carteret's er voor dat het eiland onder de Koning
bleef. De toekomstige Karel II bezocht het eiland in 1646 en nogmaals in 1649 na
de moord op zijn vader. De parlementstroepen veroverden het eiland uiteindelijk
in 1651 en als dank voor de steun tijdens zijn ballingschap gaf koning Karel II
een groot grondgebied in de Amerikaanse kolonie aan George Carteret dat hij
prompt hernoemde naar New Jersey. Aan het eind van de 17e eeuw werd de band met
Amerika nog versterkt door de emigratie van vele eilanders naar New England en
het noordoosten van Canada. Kooplieden van Jersey bouwden een bloeiend
handelsimperium op in Newfoundland.
Gedurende de 18e eeuw was er vaak politieke spanning tussen Engeland en
Frankrijk omdat beide landen over de hele wereld hun imperium uitbreidden. Door
zijn ligging verkeerde Jersey bijna doorlopend in een oorlogsdreiging. Langs de
hele kust van Jersey zijn dan ook nog dertig ronde torens te zien. Met de bouw
hiervan werd in 1778 begonnen.
Tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog werden er twee invasiepogingen
tegen Jersey ondernomen. In 1779 werd de Prins van Nassau er van weerhouden bij
St. Ouen's Bay aan land te gaan maar twee jaar later, op 6 januari 1781, slaagde
een Frans leger onder leiding van Baron de Rullecourt er in Saint Helier te
veroveren met een gewaagde actie bij zonsopgang. Hij werd kort daarop verslagen
door een Engels leger geleid door majoor Peirson. Deze slag wordt de Battle of
Jersey genoemd en wordt nog steeds dagelijks herdacht met een kanonsschot vanaf
Elizabeth Castle.
Een korte vrede werd gevolgd door de Franse revolutie en de Napoleontische
oorlogen die, toen ze voorbij waren, Jersey voor altijd hadden veranderd. Het
grote aantal Engels sprekende soldaten dat op het eiland werd gestationeerd en
het grote aantal gepensioneerde officieren en Engels sprekende arbeiders dat na
1820 naar het eiland kwam zorgden er voor dat het eiland langzaam veranderde
naar een Engels sprekende cultuur.
Jersey werd een belangrijke plaats voor scheepsbouw door de bouw van meer dan
900 schepen rondom het eiland.
Tegen het eind van de 19e eeuw profiteerden boeren van de ontwikkeling van de
Jersey-koe, een product van een nauwkeurig fokprogramma.
De 20e eeuw wordt, emotioneel gezien, gedomineerd door de bezetting door Duitse
troepen tussen 1940 en 1945. Het moederland Engeland gaf al in het begin van de
oorlog aan dat de kanaaleilanden onverdedigbaar waren. Jersey werd
gedemilitariseerd om zoveel mogelijk geweld te voorkomen. Ongeveer 8000
eilanders werden geëvacueerd naar Engeland.
In een later stadium van de oorlog werden 1200 eilanders van Britse afkomst als
wraakactie door de Duitsers gedeporteerd naar kampen in Duitsland en meer dan
300 werden veroordeeld tot gevangenschap en concentratiekampen op het vasteland.
Als gevolg hiervan overleden 20 eilanders. Omgekeerd werden slavenarbeiders uit
Rusland naar Jersey gebracht. Een overblijfsel van de Duitse bezetting is het
German Underground Hospital, één van de meest bezochte bezienswaardigheden van
Jersey. Daarnaast zijn er langs de kust vele bunkers.
Bevrijdingsdag, 9 mei, vond plaats een dag na de algemene Duitse capitulatie van
8 mei. 9 mei is daarom een lokale feestdag.
Vanaf de 60-er jaren van de 20e eeuw is de groei van de financiële industrie
zeer belangrijk geweest voor Jersey.

Guernsey
Het eiland Guernsey maakt deel uit van de Kanaaleilanden die voor de kust van
Bretagne, Frankrijk liggen. Guernsey is na Jersey het grootste eiland en biedt
een grote variatie aan landschap en kustlijn.
Het landschap varieert van typisch Engels Midwest tot Franse wijnvelden. De
kustlijn varieert van een strand tot krijtrotsen.
De hoofdstad is Saint Peter Port.
De Kanaaleilanden liggen in een gebied met een getijden-verval van 7 tot 11
meter: de haven in het noorden van het eiland biedt tijdens eb een vreemd
aanzicht met schepen hoog op het droge. Enige uren later drijven ze echter in
een enorme haven zodra de vloed is bereikt.
De meest bezochte bezienswaardigheid op Guernsey is Little Chapel. Dit is een
klein kerkje, gebouwd met gekleurde schelpen, steentjes en scherven.
Andere kanaaleilanden zijn o.a. Jersey en Alderney.
Het eiland Alderney ligt vijftien kilometer voor de Franse kust van Bretagne.
Het is het noordelijkste van de Kanaaleilanden, die behoren aan de Britse kroon.
Alderney behoort tot het autonome baljuwschap (Engels: bailiwick) van Guernsey.
Het eiland is vijf kilometer lang en drie kilometer breed, qua grootte het derde
eiland van de Kanaaleilanden.
Het eiland heeft in 2003 een bevolking van 2 400. Het voornaamste dorp is Saint
Anne. De belangrijkste winkelstraat is hier Victoria Street. Halverwege Victoria
Street bevindt zich de St. Anne's Church, gebouwd in 1850 door architect Gilbert
Scott.
Alderney heeft zijn eigen wetgevende vergadering (de States of Alderney),
bestaande uit twaalf personen. Twee van hen worden afgevaardigd in de Guernsey
States.
Sark
Het eiland Sark is een van de Kanaaleilanden, liggend voor de Franse kust van
Normandië, en behorend tot het Britse Gemenebest. Het ligt vlak bij Guernsey.
Het behoort tot het autonome baljuwschap (Engels: bailiwick) van Guernsey, maar
heeft een eigen regeringsvorm en eigen bestuur.
In 2002 had Sark een bevolking van 610 personen. De voornaamste inkomstenbron is
toerisme. Omdat gemotoriseerd vervoer verboden is op het eiland zijn fietsen en
paard-en-wagen de enige vormen van transport. De lokale bevolking omzeilt dit
verbod door hun landbouwtractoren te gebruiken als transportmiddel.
Eigenlijk bestaat Sark uit twee delen, Little Sark en Greater Sark die met
elkaar zijn verbonden door een smal voetpad (La Coupée) dat slechts 3 meter
breed is en aan beide zijden 100 meter steil naar zee afloopt.
Sark wordt wel beschouwd als de laatste feodale staat in Europa.
De Seigneur van Sark staat aan het hoofd van het feodale bestuur van het eiland.
Veel eigen wetten, vooral die betrekking hebben op erfrecht en het bestuur door
de Seigneur, zijn nagenoeg ongewijzigd sinds de aanname in 1565 door Koningin
Elizabeth I. De huidige Seigneur heet John Michael Beaumont, hij is het
tweeëntwintigste staatshoofd. Drie van zijn voorgangers waren vrouwen; zij
worden Dame genoemd. De Seigneur en de Dame wonen in de Seigneurie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde de toenmalige heerser, Dame Sybil Mary
Collings Beaumont met de Duitse bezetters samen te werken waarop zij werd
vervangen door Duitse bewindvoerders.
Ten westen van Sark, op nauwelijks 100 meter van het hoofdeiland ligt Brecqhou.
Sinds 1993 is het eilandje in het bezit van de tweelingbroers Sir David en Sir
Frederick Barclay, Britse zakenlui (hotels en vastgoed) en mediamagnaten. Sinds
de aankoop liggen ze geregeld overhoop met het bestuur van Sark en willen het
eiland Brecqhou onafhankelijk verklaren. Ze bouwden er een kasteel met kantelen.
Internationale verdragen en regelgeving van de Europese Unie op het gebied van
mensenrechten vormen een bedreiging voor de feodale bestuursvorm van Sark, die
als ondemocratisch wordt aangemerkt.
Tijdens een referendum in maart 2006 hebben de inwoners zich uitgesproken voor
politieke hervormingen. Op 5 oktober 2006 is tijdens een stemming besloten dat
de Chief Pleas (een soort parlement) van het eiland in het vervolg zal bestaan
uit 28 leden, die allen rechtstreeks door de bevolking van Sark gekozen zullen
worden. Tot dusverre bestond de Chief Pleas uit 52 leden, waarvan slechts 12
door de bevolking werden gekozen. De overige 40 leden - allen afstammelingen van
de 40 eerste kolonistenfamilies - verkregen hun zetel door erfrecht, vanwege het
eigendomsrecht van één van de 40 tenements (landdelen) waaruit het eiland is
opgebouwd.
|